Gast column


19-02-’17
De pedaalridder

Column. Volgens de Dikke Van Dale een regelmatig terugkerende, ondertekende rubriek in een dag- of weekblad, met een eigen karakter. Welaan, verschijnen doen ze hier op Bloems site regelmatig, ondertekend zijn ze allemaal; prima. Het eigen karakter van een column uit zich in een stukje scherpte, stukje humor, stukje pittigheid… kortom een stukje leuk stukje. Een column gaat zéker niet over iets saais als het weer. Maar déze wel!

Het is voor mij een belangrijk beslissingsmoment van sommige dagen. Het betreft geen aanvraag hypotheek, de aanschaf van een auto of wereldreis. Nee, het is van veel grotere importantie: pak ik de metro of kan ik op de fiets naar elders? Om dit besluit weloverwogen te nemen, hanteer ik drie ijkpunten. Allereerst sla ik de ochtendkrant open en lees het weerbericht.

Vervolgens toets ik deze journalistieke weergave van een reeds de vorige avond gedane voorspelling aan de realiteit van het moment, oftewel ik kijk uit het raam van mijn appartementje aan de Spiegelgracht en bestudeer de wolkenformaties die hoog boven de Keizerskroon van de Amsterdamse Westertoren aan de hemel voorbij trekken en schat de kans in dat ik een fietstocht van pakweg 20 km wel droog doorkom.

Het derde ijkpunt schakel ik in wanneer ik aan mijn eigen inschattingsvermogen twijfel. Ik vraag het aan mijn buurjongen, zeven jaar oud, één brok intuïtieve intelligentie die ik een maal per week als zijn moeder al aan het werk is naar school breng. Als hij zegt ‘met de fiets naar school’ gaan we lopen, zegt hij ‘lopen’ dan haal ik de fietsen uit de box. Jawel, boos en scherp houden de jeugd, bij teveel tevredenheid kakken de gassies in.

Als het even kan fiets ik. Het moet wel heel bar en boos zijn wil ik mezelf in die mistroostige metro of bus wurmen. Die dag stond er een stevige wind, en joegen donkere wolken langs de hemel, maar het was nog droog. Dus hup, malen op pedalen en los op het stalen ros richting Waterland polders en IJsselmeerdijk. Het eerste stuk ging wel, beschermd door woonhuizen, winkelstraten en rijen bomen en hoge struiken. Maar toen, toen kwam het. Mijn breekpunt op barre tochten, mijn Alpe d’Huez der tegenwind, het stuk om terug te gaan en stuk op te gaan: de IJsselmeerdijk. Dat fietspad langs het water, waar de wind vrij spel heeft, waar de elementen hun krachten bundelen en zich in hun volle ongeremdheid tegen je richten. Het waaide in korte tijd zó hard dat Beaufort ter plekke een windkracht aan zijn Schaal had toegevoegd. En ik had hem pál tegen. Het was ploegen langs het meer.

En zoals altijd op mijn moeilijkste momenten, in de diepste duisternis, als het leven voor even niet lacht … is muziek mijn redding. ‘De Vliegende Hollander’ van Richard Wagner en daarnaast Ravel’s ‘Bolero’ en mijn redding is nabij. Gelijk de naald van een infuus, plug ik de oordopjes van mijn zakradiootje in mijn oren. Deze vorm van Klassieke muziek is mijn remedie en medicijn.
Het was het Amsterdamse Concertgebouw Orkest dat mij er die dag doorheen sleepte. Het kon me niet lang genoeg duren. En het duurde lang, die middag die helse kilometer langs het woeste water. In normale omstandigheden was alleen Ravel’s Bolero genoeg, nu leek er geen eind aan te komen, de hele ‘Vliegende Hollander’ productie, en de totale ‘Bolero’.. en nóg was ik er niet. Ik vreesde één ding erger dan een lekke band: een lege batterij van mijn zakradiootje
Maar ik heb het gered. De tocht volbracht en de storm getrotseerd.
Ik hoopte onderweg wel dat de wind zich niet als ‘Ravels Bolero’ zou gedragen, want die muziek wordt steeds heftiger.
Maar gelukkig met slechts een paar kilometer te gaan viel de wind stil en dat kwam me goed uit want de batterij van het zakradiootje was op dat moment ook leeg……..

Robert André


19 Reacties

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

  1. Mooie collumn. ?? Leuk geschreven.

    Groeten van een hele oude vrouw?, die tijdens het koken op Latijns Amerikaanse muziek danste. Yeaaah

  2. Oei!
    Deze is recht voor z’n raap.
    Je hebt gelijk, Robert. Het is een zorgelijke tijd.
    Hopelijk gebruiken we allemaal ons verstand, wanneer we in het stemhokje staan.

    Maar … wel stemmen.

  3. ???? Nienke, gefeliciteerd met je mooie column en met je twee nieuwe boeken.

    Samen is kiezen voor hoop en harmonieuze verstandhoudingen.

  4. Wat een mooie column Nienke.
    Hoop en vertrouwen, de brandstof van de vrede.
    Laten we blijven hopen en 2017 met vertrouwen tegemoet zien.

  5. Roely Bakker, Tja Huizing en Opa IJsbeer, dank jullie wel voor de leuke reactie op mijn Column!
    Voor jullie ook fijne feestdagen en een gezond en positef 2017

    Robert André

  6. Duidelijke column. Het is logisch dat buitenlanders moeite hebben om onze taal te leren.
    Veel Nederlanders weten ook niet of iets met een t, d of dt moet. Voor de uitspraak
    maakt het niet uit.

  7. Niets verkeerd met deze column, toch?
    Mijn armen zijn te kort om de kleine letters in ‘De Grote Van Dale’ te onderscheiden.
    Zo jammer dat je ze niet, zoals op de laptop, kunt vergroten. Die letters bedoel ik.
    Mijn armen zouden maar in de weg gaan zitten wanneer ze vergroot werden.

    Mooi stukje Robert André.
    Wat een geluksvogel ben je, dat je op Bloem’s site mag publiceren.

  8. Als ik mijn vergroot glas in mijn verkleinde hand houd en mijn speurneus uit de achterzak haal, kom ik tot verrassende uitspraken.
    Zo verkeer ik al jaren niet meer en toch hanteer ik soms een brede rode viltstift. Mankeert daar iets aan?
    Ach stukjesschrijver deze reagluurder hoopt vaker iets van u te lezen. Ook al is het niet de ‘bloemige’ taal van de site-eigenaar. Haar hoop ik volgend jaar toch een keer op of voor (omdat haar zoiets fysiek beter past) een podium te treffen.