Gast column


img_3970

Op een dag aan het einde van het jaar 2016 vroeg Bloem of ik interesse had om als gastcolumnist maandelijks een column te schrijven. Ik was vereerd maar ook benieuwd of het me wel zou lukken, want ‘ik’ een column schrijven en mijn denken inspannen om de Nederlandse taal niet te laten ontsporen met schrijf of spelfouten? Ik ben toch veel meer een kletser dan een columnschrijver.
Om een korte column te schrijven kost veel denkbrandstof maar denken is goed om op mijn eerbiedwaardige leeftijd mijn geheugen te blijven aanscherpen, en zit toch altijd al vol van diverse niet in woorden en zinnen geplaatste gedachtenspinsels waar ik niets mee doe. Ik nam als gast columnist de uitdaging aan.

Het kan verkeren

Koffie verkeert. Kan koffie verkeren? Alles kan verkeren, en vooral het, maar niet alles kan besteld of gedronken worden. Koffie verkeert is goed fout.
Een oxymoron is goed fout. Een oxymoron is een stijlfiguur (afgeleid van het Griekse ôxus (scherp) en môrôs (gek) en betekent dus scherpzinnige onzin). Een combinatie van twee woorden die elkaar in hun letterlijke betekenis tegenspreken en in weerwil van hun concept en semantiek samengevoegd worden tot één begrip. Begrip, het begrijpen van woorden, daar gaat het mij om. In vele gevallen schijnt het niet uit te maken of je een t of een d schrijft/schrijfd en leest/leesd.

De tekst begrijp je dan toch wel ook al staat deze vol foute vervoegingen.
Dat is wetenschappelijk aangetoond. Mijn brein corrigeert automatisch, vult aan, vervangt en begrijpt. Bewezen is ook dat veel leraren in spe niet kunnen spellen. En wie moet ons dan leren correct Nederlands te schrijven?
Taal leeft en evolueert, zult u zeggen, maar waar gaat dat naartoe en hene?
Aanleiding voor deze gedachtenlawine over semantiek was een zin die ik kortgeleden las op internet: “Als je niet lacht en altijd in een serieuze modes verkeerd dan sta je in de beschermingsstand”. Grijnzen kan ik zeker om zo´n verkeerde modus.

Maar ik, te veel nadenkend hoe schrijf ik iets op wort er ook wel een beetje moedeloos van. Niet getreurd dacht ik, ik schrijf even een vriend die ooit een niet verkeert spellende onderwijzer Nederlands was snel een mailtje zodat hij mij kan uitleggen waarom ik de d door een t zou moeten vervangen of andersom.
“Verkeerd is verkeert, en verkeert is goed”,schreef ik. Ofwel: verkeerd is goed fout.
Mijn vriend heeft nog niet gereageerd. Met Bredero denkt hij blijkbaar: “Het kan verkeren”.

img_3990

Tja die spelling dat is zonder taalkundig advies van mijn vriend de onderwijzer soms een regelrechte taalkundige struikelpartij. En die vermaledijde Nederlandse spelling heeft een soort van ‘baas’: de Taalunie. De Spellingwet die bepaalt dat je de Taalunieregels moet volgen. Maar het is een mesjogge wet: hij geldt alleen voor de overheid en het onderwijs, en je kunt hem ongestraft overtreden. Dus is voor mij een taalkundige overtreding niet verkeerd en toch blijft verkeert goed fout.

 

Gelukkig is taal meer dan spelling. Sterker nog, spelling is volgens velen geen taal, het zijn alleen maar afspraken over het schrijven ervan. De taal zelf bestaat uit grammatica en de woordenschat. Daar zijn vast ook wel officiële regels voor, of niet soms?
Nee dus. Het grootste deel van de grammatica gaat vanzelf: bijna iedereen is het er wel over eens wat je in het algemeen een goede Nederlandse zin kunt noemen en wat niet. Er zijn ook dikke boeken die beschrijven hoe het Nederlands precies in elkaar zit, als je dat zou willen weten. Voor advies over detailkwesties, zoals enkelvoud of meervoud, hen of hun en d’s en t’s, kun je terecht in veel boeken over de Nederlandse Taal maar wat taaladviseurs goed of fout vinden, is gebaseerd op vakkennis, taalgevoel en vooral gewoonte. Geen enkele wet bepaalt wat een goede zin is en wat niet.
Op het moment van dit schrijven ligt Van Dale op mijn bureau met een vergroot glas ernaast want die 240.000 duizend Nederlandse woorden die er in staan zijn zo verdomd klein, oké of mijn leesogen zijn een stuk minder geworden.
Jaja, ik weet het, je kan ook googlen naar woorden, oftewel het opzoeken van informatie met behulp van een zoekmachine. Waarom ik dat niet doe? Het is tevredenstellend om op mijn leeftijd lekker eigenwijs te zijn en maar denken dat ik de wijsheid in pacht heb!
Ach ja, ik kom nu eenmaal uit andere tijden en het lukt me nog niet geheel om mee te gaan in het googlegedrag der volkeren. En eigenwijs als ik ben, wil ik geen eens helemaal meegaan!
Dus net als Bredero denk ik ook “Het kan verkeren”.

Robert André


 

19 Reacties

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

  1. Mooie collumn. ?? Leuk geschreven.

    Groeten van een hele oude vrouw?, die tijdens het koken op Latijns Amerikaanse muziek danste. Yeaaah

  2. Oei!
    Deze is recht voor z’n raap.
    Je hebt gelijk, Robert. Het is een zorgelijke tijd.
    Hopelijk gebruiken we allemaal ons verstand, wanneer we in het stemhokje staan.

    Maar … wel stemmen.

  3. ???? Nienke, gefeliciteerd met je mooie column en met je twee nieuwe boeken.

    Samen is kiezen voor hoop en harmonieuze verstandhoudingen.

  4. Wat een mooie column Nienke.
    Hoop en vertrouwen, de brandstof van de vrede.
    Laten we blijven hopen en 2017 met vertrouwen tegemoet zien.

  5. Roely Bakker, Tja Huizing en Opa IJsbeer, dank jullie wel voor de leuke reactie op mijn Column!
    Voor jullie ook fijne feestdagen en een gezond en positef 2017

    Robert André

  6. Duidelijke column. Het is logisch dat buitenlanders moeite hebben om onze taal te leren.
    Veel Nederlanders weten ook niet of iets met een t, d of dt moet. Voor de uitspraak
    maakt het niet uit.

  7. Niets verkeerd met deze column, toch?
    Mijn armen zijn te kort om de kleine letters in ‘De Grote Van Dale’ te onderscheiden.
    Zo jammer dat je ze niet, zoals op de laptop, kunt vergroten. Die letters bedoel ik.
    Mijn armen zouden maar in de weg gaan zitten wanneer ze vergroot werden.

    Mooi stukje Robert André.
    Wat een geluksvogel ben je, dat je op Bloem’s site mag publiceren.

  8. Als ik mijn vergroot glas in mijn verkleinde hand houd en mijn speurneus uit de achterzak haal, kom ik tot verrassende uitspraken.
    Zo verkeer ik al jaren niet meer en toch hanteer ik soms een brede rode viltstift. Mankeert daar iets aan?
    Ach stukjesschrijver deze reagluurder hoopt vaker iets van u te lezen. Ook al is het niet de ‘bloemige’ taal van de site-eigenaar. Haar hoop ik volgend jaar toch een keer op of voor (omdat haar zoiets fysiek beter past) een podium te treffen.